
Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatie autoriteit
Artikel 3
1
Het college bestaat uit ten minste drie en ten hoogste vijf vaste leden, de voorzitter daaronder begrepen.
2
Onze Minister benoemt, schorst en ontslaat de vaste leden van het college.
3
Onze Minister benoemt een van de vaste leden van het college tot voorzitter en een tot plaatsvervangend voorzitter.
4
De vaste leden van het college worden benoemd voor een periode van vier jaar.
5
Een vast lid kan worden herbenoemd.
6
De vaste leden van het college hebben op persoonlijke titel zitting in het college en oefenen hun functie uit zonder last.
7
De vaste leden van het college kunnen tussentijds, op eigen verzoek, dan wel om zwaarwichtige redenen worden ontslagen. Als zwaarwichtige redenen gelden in elk geval ongeschiktheid voor de functie, alsmede de onverenigbaarheden van functies of belangen, genoemd in artikel 4.
8
De persoon die tussentijds tot lid wordt benoemd treedt af op het tijdstip waarop de reeds benoemde vaste leden aftreden.
9
Zolang in een vacature van het college niet is voorzien, vormen de overblijvende vaste leden het college, met de bevoegdheden van het voltallige college.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.